Wanneer u een batterij-energieopslagsysteem (EOS) inzet voor professionele doeleinden, is het belangrijk om de juiste veiligheidsmaatregelen te nemen om risico’s, zoals brand, te vermijden.
Een EOS wordt enkel toegelaten wanneer de batterijen van het type Lithium Phosphate (LiFePO4 of LFP) zijn. Er bestaan echter ook systemen die een meer specifieke aanpak vereisen. Indien dit het geval is, bekijken we graag de specifieke eigenschappen van het betreffende EOS in detail, zodat we een preventieplan op maat kunnen opstellen.
Op deze pagina
Risicoanalyse & opleiding
- Neem het EOS op in de risicoanalyse brandpreventie op de arbeidsplaatsen (KB 28/03/14).
- Zorg dat er duidelijke procedures zijn voor veilig gebruik.
- Zorg dat er voldoende personeelsleden kennis hebben over de mogelijke gevaren en vertrouwd zijn met de te nemen veiligheidsmaatregelen. Ook moet er een opleiding worden voorzien in het gebruik van eerste blusmiddelen, met bijzondere aandacht voor het blussen van batterijbranden.
- Bespreek de installatie vooraf met de lokale brandweer en hou rekening met hun vereisten.
- Zorg ervoor dat een explosiebeveiliging aanwezig is bij een EOS dat in een container wordt geplaatst. Het EOS moet zo gebouwd zijn dat drukopbouw vermeden wordt.
Waar plaatst u het EOS?
Bij voorkeur plaatst u het EOS buiten:
- Kies een plek die goed bereikbaar is voor de brandweer, en waar onbevoegden geen toegang toe hebben. Zorg dat het EOS beschermd is tegen aanrijdingen en tegen ongedierte (onderhoudscontract via een erkende ongediertebestrijder).
- Hou minstens 10 meter afstand van gebouwen en belangrijke installaties.
Is dat niet mogelijk? Zorg dan voor een brandwerende scheiding (REI 60) tussen het gebouw en het EOS:
- ofwel heeft de bestaande gevel van het gebouw al de vereiste brandwerendheid;
- ofwel plaatst u een bijkomende brandwerende wand tussen het EOS en het gebouw/de installatie die minstens 2 meter boven en aan beide zijden voorbij het EOS uitsteekt.
Gestapelde betonblokken kunnen een doeltreffende oplossing bieden om een brandwerende scheiding te creëren.
In een straal van 10 meter rond het EOS mogen zich geen brandbare goederen bevinden.
Tussen meerdere EOS-units houdt u minstens 2,5 meter afstand.
Als het EOS uit meerdere batterij-units bestaat en een totaal vermogen heeft van meer dan 1,0 MWh, dient de opstelling (tussenafstand en compartimentering tussen de units) in overleg met AG te worden bepaald.
Als het EOS niet buiten opgesteld kan worden, kan het eventueel binnen in een gebouw in een brandwerend compartiment REI 120 geplaatst worden dat:
- enkel bestemd is voor de plaatsing van het EOS;
- minstens aan één zijde grenst aan de buitenmuur van het gebouw;
- enkel van buiten toegankelijk is;
- voorzien is van een ventilatierooster in de buitengevel.