Welke maatregelen zijn al van kracht?
Op parafiscaal vlak zijn er al enkele wijzigingen definitief gestemd. De volgende twee maatregelen gelden sinds 1 januari 2026.
- Verhoging Wijninckx-bijdrage
De bijzondere sociale zekerheidsbijdrage op de zeer hoge aanvullende pensioenen (“Wijninckx”) stijgt van 3% naar 12,5% vanaf het bijdragejaar 2026. Deze bijdrage is verschuldigd wanneer het totaal van het wettelijk pensioen en het aanvullend pensioen hoger uitkomt dan de zogenoemde ‘pensioendoelstelling’. Die doelstelling stemt overeen met het maximale wettelijk pensioen in de openbare sector op 1 januari van het voorafgaande jaar.
Goed om te weten: door de tijdelijke beperking van de indexering van de wettelijke ambtenarenpensioenen, een maatregel die we verder in dit artikel bespreken, zal de Wijninckx-drempel sneller bereikt worden. Hierdoor kan u als werkgever vaker geconfronteerd worden met deze bijdrage.
Meer weten over de Wijninckx-bijdrage? Lees dan ons eerder verschenen artikel.
- Een uniforme solidariteitsbijdrage
Vanaf 2026 wordt de solidariteitsbijdrage, die geldt voor alle uitkeringen via de tweede pijler, vereenvoudigd. De vroegere schijven (0-2%) zijn vervangen door één uniform tarief van 2%. Het gaat hier nog altijd om een bronheffing. Bij een te hoge inhouding volgt dus een regularisatie via de Federale Pensioendienst.
Voor de grote kapitalen komt er vanaf 1 juli 2027 een bijkomende solidariteitsbijdrage van 2% op het deel van het pensioenkapitaal boven de 150.000 euro (geïndexeerd bedrag).
Nood aan meer informatie over de belastingen die gelden op het aanvullend pensioen? Dat vindt u hier.
Wat verwachten we nog?
Er zitten nog heel wat andere wijzigingen in de pipeline. Deze moeten nog in detail uitgewerkt én gestemd worden. Een overzicht!
- Tijdelijke indexbeperkingen
Deze maatregel, die ook wel de ‘centenindex’ genoemd wordt, is een tijdelijke begrenzing van de automatische indexering voor hogere bedragen. Lonen boven de 4.000 euro bruto per maand zullen niet volledig procentueel geïndexeerd worden: de index wordt toegepast tot 4.000 euro, boven die drempel is de verhoging een vast bedrag. Dit zal ook gelden voor sociale uitkeringen en pensioenen boven de 2.000 euro bruto per maand.
Deze maatregel zou twee keer worden toegepast – de exacte modaliteiten worden nog verder uitgewerkt. Streefdoel voor de eerste toepassing is na de volgende overschrijding van de spilindex, die volgens het Federaal Planbureau vermoedelijk eind 2026 zal plaatsvinden. En dus verwachten we dat deze centenindex voor de eerste keer begin 2027 van kracht zal zijn.
Gezien de premies die u in de groepsverzekering van uw medewerkers stort een bepaald percentage van hun salaris is, zal deze centenindex ook een (beperkte) impact hebben op hun aanvullend pensioen.
- Aanvullend pensioen: minimum 3% werkgeversbijdrage
We evolueren naar een aanvullend pensioen dat voor alle werknemers een stevige, betrouwbare tweede pijler vormt. In dat kader voorziet de regering een minimale werkgeversbijdrage van 3% tegen 2035.
Voor sectoren en werkgevers die vandaag nog een lagere bijdrage kennen, loont het om hier nu al rekening mee te houden. Zo kunnen ze tijdig, stap voor stap, groeien naar een toekomstbestendig plan dat blijft aansluiten bij hun loonbeleid en bij de verwachtingen van hun medewerkers.
- Hervorming van de 80%-regel
Ook de fiscale 80%-regel die bepaalt dat wettelijke en aanvullende pensioenrechten samen niet hoger mogen uitkomen dan 80% van het laatste normale brutojaarsalaris, krijgt een update. De regering wil de berekeningsmethode transparanter en actueler maken door, net zoals bij de Wijninckx‑drempel, te werken met identificeerbare en geactualiseerde parameters die rekening houden met de effectief opgebouwde loopbaan.
Deze verfijning zal weinig veranderen: voor de meeste groepsverzekeringen blijft het totale pensioencomfort ruim binnen de 80%-grens. Maar het nieuwe kader zorgt wél voor meer rechtszekerheid, vooral in situaties waar vandaag interpretatieverschillen bestaan, zoals bij lange of atypische loopbanen, een late instap, of bij hogere salarissen. De overheid wil zo vermijden dat plannen achteraf moeten worden bijgestuurd.
De tweede pijler blijft uw sterkste troef
Ook na deze bijsturingen blijft het aanvullend pensioen één van de meest fiscaal efficiënte manieren om uw medewerkers te belonen, talent te binden en pensioenzekerheid tastbaar te maken.
Alle details over de fiscale aantrekkelijkheid van de groepsverzekering vindt u in ons vorig artikel. Bij vragen kan u steeds terecht bij uw vaste contactpersoon bij AG Employee Benefits & Health Care.